Impressie stilteretraite Voedsel voor de ziel, mei 2016 – Huissen

‘Wat is goed voor mij?
Wat voel ik en wat heb ik nodig?

Voedsel voor de ziel.
Bezieling.
Het diepste van jezelf.
Dichtbij je ware zelf.
Bedolven onder ruis, gruis, stenen, ervaringen.

Je bent meer dan onrust.
Je mag er zijn.
Ik besta.

Stilte.

Gedachten laten komen, zie aan en laat los.

Leg je arm op je lever.
Ik verlang.

Stilte

’s middags linkerhand op je rechterborst.
Ik vertrouw.
Ik vertrouw mezelf.

Kan ik niet goed meedoen.
Ik wantrouw mezelf.
Ik hou dingen achter.
Ik durf niet.
Ik oordeel.
Ik vind het donkere in mij.

Daarna gaan we wandelen.
Halverwege krijg ik kramp in linker been. En loop een blaar op rechter hiel.
Dat zegt genoeg.

Ik denk, ik ben stoer tot het volgende gesprek.
Helemaal niet, die nacht slaap ik als tweede nacht slecht.
Met de viering hoorde ik iemand zeggen zit toch eens stil.
Het werd steeds moeilijker.
Ik wilde huilen.
De volgende ochtend heb ik toch een opluchtend gesprekje met Joke’.
Berney

‘De retraite ‘Voedsel voor de Ziel’ is mij ontzettend goed bevallen. Het was voor mij de eerste keer om langer dan 1 dag in stilte te zijn, zo wist ik ook niet goed wat ik kon verwachten. De stilte was heerlijk en het was mooi om letterlijk stil te staan en te ervaren wat er dan in jezelf gebeurd. Zo ben ik weer dichter bij mezelf gekomen en heb ik waardevolle inzichten opgedaan. Het was fijn om tijdens het weekend kort met jou in gesprek te gaan. Heel erg bedankt voor deze mooie ervaring, op naar meer stilte’!
Jetske

Het is 5 mei 2016, Hemelvaartsdag. Na een koud voorjaar stijgt de temperatuur onverwacht tot 25 graden en toont de natuur zich in haar volle glorie.
De kloostertuin in Huissen ruikt naar seringen en boven de kloostermuur staat de kastanjeboom met prachtige toortsen.
In het klooster verzamelen zich op zolder 12 deelnemers voor de vierdaagse stilteretraite “Voedsel voor de ziel”. We zitten in een kring met in het midden een witte zijden doek, een prachtig boeket bloemen, een brandende kaars en de symbolen die ieder van ons heeft meegenomen.
Joke Litjens die de retraite begeleidt, leidt ons door een aantal zachte en ontspannende lichaamsoefeningen heen; we zoeken ons kussentje, bankje of onze stoel op en na een geleide meditatie glijden we langzaam de stilte in.
De dagen erna treffen we elkaar bij de maaltijden en ’s morgens en ’s middags op de zolder. Het ritueel herhaalt zich; oefeningen, een inleiding van Joke, een geleide meditatie en stilte. s” Avonds sluiten we af met een oefening waarin we één moment dat ons die dag gelukkig heeft gemaakt, een plek geven in ons hart en al het andere “laten verglijden in God’s eeuwigheid”. Ik ben elke keer weer ontroerd.
Wanneer de stilte – eindelijk – het woord krijgt,  wordt mijn onrust pijnlijk hoorbaar . Ik vind het moeilijk naar binnen te keren, zeker als in de natuur alles naar buiten treedt. In de dagen die volgen, ontstaat langzaam maar zeker de ontspanning  en ontvouwt zich mijn eigen stilte.
Joke vertelt ons  hoe we onze ziel kunnen vinden en  hervinden en hoe we de bron in ons kunnen voeden en versterken.  Wanneer de stilte ons teveel confronteert, helpt Joke ons verder in één op één gesprekjes.
Naarmate de dagen vorderen wordt een bijzondere energie voelbaar op de zolder. In de uren die ieder van ons met zich zelf in stilte doorbrengt, wordt gelezen, gewoon stil  gezeten, getekend of geschilderd.
Het was met elkaar goed toeven op de stille zolder.
Henriette

‘Stilte retraite is dat wel iets voor mij?
Eerst maar proberen en dan een oordeel.
Leuke groep (hoe weet je dat) met alleen maar stilte?
Helaas ben ik niet al die tijd stil geweest daar ben ik te nieuwsgierig voor.
Wil toch graag her en der een gesprekje voeren.
De retraite was Joke kennende weer een belevenis.
Inspanning en ontspanning op elkaar afgestemd.
Het eten was super, heb direct daar een kookboek gekocht met de recepten van de kok.
Wandelen met elkaar in stilte.
De kerkdienst op zondagochtend zoals ik het altijd wel zou willen.
en dan is er weer het afscheid.
Neem mijzelf onder het terug rijden voor dit moet ik veel vaker doen’.
Lenie